donderdag 25 februari 2010

De discussie over bouw- en ontwerpfouten gaat te vaak over de uitwerking. Minstens zo belangrijk is de kwaliteit van het constructief ontwerp zélf. Juist die laat nogal eens te wensen over, zegt ir. Pim Peters deze maand in het vakblad Bouwen met Staal. Een van de oorzaken: de huidige concurrentieverhoudingen.

Regelmatig stuit IMd bij second opinions op weinig doordachte constructies: ontwerpen die onnodig veel materiaal gebruiken en daardoor simpelweg te duur zijn. "Ontwerpen kunnen beter, effectiever en goedkoper", zegt Peters. "Toch komt de draagstructuur vaak niet op dat niveau. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de huidige concurrentieverhoudingen daar op z’n minst niet gunstig aan bijdragen."

"Constructeurs zijn vooral bezig om elkaar kapot te concurreren. Er wordt extreem laag aangeboden, en liefst nog lager. Opdrachtgevers zijn daar blij mee. Ten onrechte overigens, want zij kopen vaak een kat in de zak. Laag offreren betekent simpelweg dat er minder wordt gedaan, anders gaat je bureau kopje-onder."

Volgens Peters moet de beroepsgroep juist nu het méér van het vak verkopen. "Het kost meer tijd om een slimme constructie te ontwikkelen, maar die is wél goedkoper om te maken, beperkt de faalkosten, bespaart materiaal en verbetert zo de duurzaamheid. Die voordelen wegen ruimschoots op tegen de iets hogere advieskosten." Hij pleit voor meer innovatie, kennisontwikkeling en discussie; met opdrachtgevers maar vooral tussen constructeurs.