zondag 5 maart 2017

Deze blog is deze maand ook gepubliceerd op www.cementonline.nl.

Het gaat goed met de bouw. Iedereen die je spreek heeft het "druk, druk, druk". Een ervaren BIM-modelleur nodig in je organisatie? Vergeet het maar. Architecten hebben moeite de afgesproken planning te halen. Headhunters stropen de hogescholen af op zoek naar nieuwe bouwkundigen. Bouwkostenadviseurs moeten elke maand hun kengetallen naar boven bijstellen. Aannemers zijn genoodzaakt selectief te zijn met hun inschrijvingen, omdat calculatietijd schaars is. ZZP'ers kunnen eindelijk weer wat meer vragen na zware jaren. En wie een kanaalplaat of prefab paal nodig heeft, moet zich realiseren dat dit ineens bepalend kan zijn voor de bouwtijd. Het gaat best snel ineens.

De constructeurs hebben volgens mij inmiddels goed gevulde portefeuilles. Wij zijn trots op de mooie projecten die de laatste tijd op de markt zijn gekomen en waar we nu met plezier aan werken. Misschien is het nog niet overal hosanna, maar ik denk dat we het er over eens zijn dat er een positieve energie loskomt.
Wat mij erg opvalt, is dat ondanks de mooie vooruitzichten en de krapte die steeds meer gaat spelen één ding vrijwel onveranderd blijft: de hoge prijsdruk. Er is al vaak over de concurrentiepositie van de constructeur geschreven en er zal ook zeker nog veel over gezegd gaan worden. Het is niet de bedoeling om te klagen over onze positie. De marges zijn immers goed, las ik ook onlangs weer in Cement. Maar toch maken we het elkaar soms ook wel onnodig lastig.

Ik merk dat het vaak goed lukt om onze meerwaarde uit te leggen en er dan ook een voorkeur is om met ons te gaan werken, maar dan blijkt dat bij een beperkt verschil in prijs deze toch ineens alles bepalend is. Frustrerend. Regelmatig een reden om je sacherijn te projecteren op de opdrachtgever (snapt het niet) of de concurrent (duiker). Eigenlijk een gemiste kans, want die prijs is toch altijd maar een inschatting van hoe een uniek samenstel van deels nog onbekende partijen (of beter ‘mensen’) de komende pakweg twee á drie jaar samen een uniek project gaan maken. Daarnaast is het ook een inschatting van de benodigde taken en de manier waarop hier invulling aan moet worden gegeven. Het bepalen van die prijs is dus eigenlijk de moeilijkste som van het hele project.

Onze beroepsgroep heeft het omgekeerd ook best moeilijk gemaakt voor de opdrachtgevers. Het is erg goed dat er een Compendium Constructieve Veiligheid is, dat uitlegt hoe de versnipperde engineeringwerkzaamheden in rollen kunnen worden gevangen en hoe deze dan zouden moeten samenwerken. Die invulling is in de praktijk niet altijd duidelijk voor de betrokkenen, met onnodige risico’s als gevolg. Hier ligt een taak voor de constructeurs.

Een goede constructieadviseur zou toch eigenlijk geld moeten kunnen besparen door een slim, integraal ontwerp te maken en risico’s te benoemen en deze helpen te beheersen. Het gaat er dan veel meer om hoe we samen met onze klanten kunnen bepalen welke taken echt nodig zijn voor het project en hoe dat samenhangt met het werk van andere partijen. Het bepalen van de prijs die daar bij hoort is dan alweer iets makkelijker. Ik stel voor om ons hier meer op te focussen en vooral die mooie projecten te gaan maken de komende tijd. Veel plezier!

ir. Paul Korthagen, IMd raadgevende ingenieurs