vrijdag 20 december 2013

Eén van de grote duurzaamheidsuitdagingen is het beperken van het gebruik van primaire grondstoffen. Minder bouwen is een optie, maar ook bouwen met minder materiaal. Uit oogpunt van grondstofgebruik is het natuurlijk nóg slimmer om te gebruiken wat er al is, oftewel bestaande gebouwen hergebruiken. De grondstoffen die je dan nodig hebt, zijn een fractie van die bij nieuwbouw. De vele kantoor- en bedrijfsgebouwen die leeg staan, zijn dus een enorme kans.

Het succes wordt bij hergebruik niet bepaald door hoeveel geld je hebt, maar door hoe creatief je bent. Oftewel in hoeverre je in staat bent om de potentie van een gebouw te zien én vervolgens ten volle te benutten. Ingenieurs zijn dus aan zet. Het tweede leven van een gebouw is namelijk voor een groot deel afhankelijk van de manier waarop je omgaat met constructieve beperkingen. Ik zie enorme kansen. Vrijwel alle gebouwen kunnen hergebruikt worden. Daarvoor zijn vier hoofdprincipes.

Om te beginnen kun je gebouwen met minimale aanpassingen voor een aantrekkelijke prijs weer op de markt te zetten. Zeg maar een luxe vorm van anti-kraak. Zo kunnen startende ondernemers en creatieven hun eerste bedrijfsruimte krijgen. Een tweede principe is ‘pimpen’. Dat vergt een investering die iets lager of gelijk is aan nieuwbouw, maar die véél meer kwaliteit oplevert, zoals meer vierkante meters en extra architectonische waarde in het contrast tussen oude en nieuwe elementen.

Principe drie is de metamorfose: kantoorpanden die appartementen worden bijvoorbeeld. Deze ombouw is relatief kostbaar, zeker als nieuwbouwkwaliteit gevraagd wordt. En dan is er nog een vierde principe: sloop van het gebouw en hergebruik van zoveel mogelijk onderdelen, vooral de kostbare draagstructuur. Ik heb dat eerder het ‘donor-skelet’ genoemd: balken, vloeren, kolommen en wanden die als lego-stenen in nieuwe gebouwen worden gebruikt.

Het donor-principe vergt wel een heel ander soort ontwerpproces. Bijkomend voordeel is dat het niet alleen de materiaalketen, maar ook die in de samenwerking sluit. Behalve dat de constructeur en architect veel intensiever moeten samenwerken, moeten ze dat ook met de aannemer én de sloper. Ook hun kennis is cruciaal. Samen aan de slag om minder grondstoffen te gebruiken en zo de toekomst van de volgende generaties veilig te stellen – ik kan me weinig mooiers voorstellen.