donderdag 9 januari 2014

Wees niet bang, dit is niet wéér een stuk over duurzaam bouwen. Nee, ik wil het hebben over de passieve houding binnen onze beroepsgroep, die van constructeurs dus.

Pappen en nathouden lijkt steeds vaker de norm in plaats van rechte rug en aanpakken. Neem nou de Omgevingsvergunning. Sinds 1 oktober 2012 kunnen we die uitsluitend digitaal aanvragen. Maar aangezien het Omgevingsloket én het bevoegd gezag daar niet klaar voor waren, is er niet op gehandhaafd. En dus ontstond er een scala aan indieningsvarianten die allemaal oogluikend werden toegestaan. Van constructieve tekeningen op witdruk (omdat de behandelend constructeur niet bij de digitale bestanden kon komen) en pdf’s per email tot het sturen van stukken naar de architect zodat hij de constructieve gegevens kon indienen. Allemaal lapmiddelen in het kader van ‘laten we proberen om er in goed overleg samen toch maar een mouw aan te passen’. Terwijl we als branche natuurlijk gewoon ‘nee’ hadden moeten zeggen: niks verplichting tot digitaal aanvragen als de vergunningverstrekker daar zelf niet klaar voor is. Niks gerommel en gedoe.

Nog een voorbeeld. Sinds 1 april 2012 hebben we de Eurocode. Allemaal zijn we er met goede moed mee aan de slag gegaan. Dat léék goed te gaan, totdat we er achter kwamen dat er toch behoorlijke afwijkingen in de rekenmethodiek zitten, en dan vooral in de detailregels. Met verbazing zie ik dat we nu extra wapening moeten aanbrengen op plaatsen waar het geen functie heeft; wapening die we voordat de Eurocode er was, nooit aanbrachten. Van zo’n regel wordt het mannetje in mij dat iedere dag probeert zo min mogelijk materiaal en grondstoffen te gebruiken, hélémaal niet vrolijk. En maken we ons nu zorgen om alle bestaande gebouwen die deze onnodige wapening niet hebben. Nee, natuurlijk niet. Wat doen ‘we’ wel? We gaan op cursus om te kijken hoe we met slimme trucs in onze berekeningen alsnog kunnen voorkomen dat we die onnodige wapening nodig hebben. Terwijl natuurlijk die regel in de Eurocode van tafel zou moeten. Maar daarvoor is het nu te laat.

Te laat is het nog niet om een einde te maken aan andere regels die niets bijdragen aan de ontwikkeling van ons vak maar die er toch zullen komen. Als we onszelf als branche ook maar een béétje serieus nemen, moeten we daar een einde aan maken. Of het lukt is een tweede, maar we moeten het op z’n minst proberen – ingenieursbureaus, detail-engineers, aannemers en controlerende constructeurs samen. VNconstructeurs lijkt me daarvoor de aangewezen club. Dus: beste VNconstructeurs, neem nú het voortouw en laat zien dat constructeurs veel meer kunnen dan alleen ‘passief’ bouwen.

ir. Pim Peters, Register Ontwerper
IMd Raadgevende Ingenieurs

www.cementonline.nl