vrijdag 4 mei 2012

Duurzaamheidsspecialisten spelen een belangrijke rol in het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Maar de grote slag zal moeten komen van ‘gewone’ bouwadviseurs, stelt ir. Pim Peters in een opinieartikel in Cobouw. Hoe belangrijk nieuwe technieken en demonstratieprojecten ook zijn, uiteindelijk staat of valt duurzaamheid met de praktische toepassing van al die kennis in ‘gewone’ gebouwen.

Hoewel alles tegenwoordig duurzaam lijkt te zijn, is dat nog lang niet het geval. In de media staan vooral de nieuwste, opvallendste en veelbelovendste technieken en demonstratieprojecten in de schijnwerpers. Maar die zijn niet representatief voor de bouwsector als geheel. Om duurzaamheid verder te brengen is het vooral zaak om de kennis die de afgelopen jaren is ontwikkeld, toe te passen in doorsneeprojecten. En daarvoor moeten vooral niet-duurzaamheidsspecialisten aan de bak. Oftewel de architecten, installatieadviseurs, bouwfysici, constructeurs en andere partijen die dagelijks gewone, doorsnee gebouwen ontwerpen en bouwen. Die vormen namelijk de bulk van wat er in Nederland wordt gebouwd en leggen dus ook het meeste gewicht in de schaal.

Samenwerking is daarbij essentieel. Maar adviseurs moeten ook hun eigen vak ‘verduurzamen’. Juist in het veranderen van het traditionele vakinhoudelijke ontwerpproces is veel winst te boeken. Duurzaam construeren is een goed voorbeeld. Voor een slimme constructie is al snel tientallen procenten minder beton of staal nodig en dús is zo’n constructie duurzamer. Dat soort oplossingen kan alleen door vakspecialisten zelf worden ontwikkeld. Iedere adviseur voor zich heeft de taak om dat te doen.

Uiteraard moeten ook duurzaamheidsspecialisten een grote rol blijven spelen. Zij kennen de nieuwste ontwikkelingen. Zij kunnen los van de dagelijkse praktijk nieuwe concepten ontwikkelen, zij mogen, nee, moeten, daarin overdrijven. Dat is hun rol. Aan ons niet-specialisten de taak om die kennis in de dagelijkse praktijk te integreren en zo heel duurzame oplossingen te ontwikkelen. Niet alleen voor die paar projecten in de schijnwerpers, maar juist voor de overige 99 procent.

Lees hier de volledige opinie in Cobouw.