vrijdag 15 juni 2012

De levensduur van een gebouw bepaalt in hoge mate de duurzaamheid ervan. Minstens zo belangrijk als de vraag hoeveel energie en grondstoffen het kost om het neer te zetten, is dus de vraag hoelang je er plezier van hebt. Dat schrijft ir. Pim Peters vandaag in Cobouw. Het is tijd voor de volgende stap in duurzaamheid: het verlengen van de functionele levensduur van gebouwen. De constructie speelt daarin een cruciale rol.

Vorige week lanceerde IMd als lid van een ontwerpteam het Kaskantoor. Deze combinatie van Het Nieuwe Werken en stadslandbouw is een goed voorbeeld van levensvatbaar bouwen. De kas bevindt zich rondom het kantoor in de dubbele gevel. Daarin worden verschillende gewassen geteeld die in het (bedrijfs)restaurant worden verwerkt. De kas en het restaurant maken het gebouw niet alleen aantrekkelijker als kantoor, maar zorgen er ook voor dat als het kantoor ooit leeg komt te staan, de eigenaar toch inkomsten heeft.

Multifunctionaliteit verlengt de levensduur. Gebouwen en zelfs hele stadsdelen waar functies goed worden gemengd, zijn veel aantrekkelijker en kennen veel minder leegstand dan mono-functionele gebouwen of stadsdelen. Bepalend voor de aanpasbaarheid van een gebouw is onder meer de constructie. Die geeft alle ruimte aan functiecombinaties en maakt gedurende de levensduur steeds nieuwe combinaties mogelijk. Of juist niet. Dan is de draagstructuur vooral een knellende dwangbuis.

Minstens zo belangrijk als het aantal kilo’s staal en beton, is dus hoelang het gebouw waarin die grondstoffen zijn verwerkt, gebruikt kan worden. Sinds dit jaar kunnen we een objectieve ‘berekening’ maken van de duurzaamheid van de draagconstructie zelf. De volgende stap is om dat ook te doen voor het gebruik dat die constructie mogelijk maakt. We moeten ook de mate van functionele vrijheid die een constructie aan een gebouw geeft, tot uitdrukking brengen.

Hergebruik is nu een belangrijke opgave. Maar we moeten juist ook bij nieuwe gebouwen goed nadenken over het gebruik op de lange termijn – over vijftig jaar, honderd jaar of langer. We moeten gebouwen ontwikkelen die veel meer kunnen dan alleen die ene functie onderdak bieden en die ook veel méér kwaliteit hebben dan standaardgebouwen. Laten we stoppen met praten over duurzaam bouwen, maar het vanaf nu vooral hebben over levensvatbaar bouwen.

Lees hier de volledige opinie (Cobouw, vrijdag 15 juni).