donderdag 8 mei 2014

Hergebruik van de betonconstructie van te slopen kantoorgebouwen in nieuwe woningen loont zeer de moeite. Zo is de milieulast van ‘tweedehands’ 75% lager dan die van nieuwe onderdelen. Ook is hergebruik 5 tot 10% goedkoper. Dat blijkt uit afstudeeronderzoek aan de TU Delft van ir. Alexandros Glias. Hij analyseerde de haalbaarheid van het donorskelet, het concept dat IMd Raadgevende Ingenieurs vorig jaar introduceerde.

Kantoorgebouwen in Nederland staan massaal leeg. In principe zijn er twee oplossingen: sloop, of transformatie c.q. hergebruik. Een derde optie is het donorskelet: de constructie demonteren en de onderdelen daarvan gebruiken bij de bouw van nieuwe woningen. De levensduur van kolommen, wanden en vloeren gaat die van een gebouw namelijk vér te boven. Wordt een gebouw zelden langer dan 50 jaar gebruikt – en vaak véél korter – betonnen onderdelen kunnen gemakkelijk 200 jaar meegaan.

Ir. Alexandros Glias vergeleek voor de bouw van 30 nieuwbouwwoningen in detail de milieubelasting en kosten van nieuwe prefabbetonnen wanden en vloeren, en die van hergebruikte onderdelen uit twee leegstaande kantoorgebouwen op Amstel III, een Amsterdams bedrijventerrein met veel leegstand (26%). Zo’n 64% van alle onderdelen kon technisch worden hergebruikt, zo bleek. Dit percentage wordt bepaald door de oorspronkelijke constructie, de nieuwe constructie en de mogelijkheid om de elementen op maat te zagen.

Glias onderscheidt in het donorproces zeven stappen: inventarisatie van het te slopen gebouw, kwaliteitscontrole van de onderdelen, demontage, aanpassing voor nieuw gebruik, opslag, transport en de uiteindelijke toepassing bij de bouw van de nieuwe woningen. Zelfs met al deze stappen is hergebruik niet duurder, maar 5 tot 10% goedkoper dan nieuwe onderdelen. Voorwaarde daarvoor is wel dat het te slopen gebouw zelf geen waarde meer vertegenwoordigt.

Veel groter dan het financiële voordeel is de milieuwinst. Uit een gedetailleerde levenscyclusanalyse blijkt dat de milieubelasting van de donoronderdelen 75% lager is dan die van nieuwe elementen, zelfs als deze van 100% gerecycled materiaal zijn gemaakt. De CO2-reductie bedraagt 81%. De grootste winst is uiteraard in de besparing op grondstoffen, zoals kalksteen, klei en silica. Ook wordt er aanzienlijk op transport bespaard. Daarbij geldt: hoe korter de afstand tussen ‘donor’ en ‘ontvanger’, hoe groter de winst.

De bedenker van het concept, ir. Pim Peters van IMd, is blij met het onderzoek: “Het is goed dat we nu een wetenschappelijke, cijfermatige onderbouwing van het donorconcept hebben. Lang niet alle slooppanden komen in aanmerking. En de gebruiker zal moeten accepteren dat de onderdelen niet dezelfde uitstraling hebben als ‘nieuw’. Maar voor wie daadwerkelijk duurzamer willen bouwen, blijkt het wel degelijk een technisch haalbare en profijtelijke oplossing, zéker wat de milieubelasting betreft.”